Al die mooie beloften
Maak tweedehands je eerste keus
- Gratis verzending vanaf 4 boeken of 40 euro
- Alle boeken met zorg gecontroleerd
- Op werkdagen voor 15:00u besteld, vandaag verzonden.
Niet op voorraad... Seintje?
Vul je e-mail adres in en wij sturen je een e-mail als het boek weer op voorraad is.
ISBN
9789028204638
Bindwijze
Paperback
Taal
Nederlands
, Overig
Auteur
Uitgeverij
Uitgeverij G.A. Van Oorschot B.V.
Jaar van uitgifte
1977
Aantal pagina's
55
Waar gaat het over?
De zesde bundel van Rutger Kopland, Al die mooie beloften, verscheen in 1978 en beleefde tien drukken voordat hij in 2006 werd opgenomen in Verzamelde gedichten.
De bundel bevat de volgende gedichten: G, ik schreef een vers over jouw gezicht, Ik heb het je toen voorgelezen G, Als je mij dan eindelijk zou kennen, ik, Soms was het tussen ons zo gezellig G, als, Wie zal de vriend zijn van mijn vriendin, Het leven met jou, wat was dat voor leven. Nu, Soms bij het zien, bij het zien van een rij, Het komt van het koude gras aan de voeten, Die dagen met jou G, ze smaakten heel hevig, Schilderij 1-4, Winter van Breughel, de heuvel met jagers, Er moeten hier toch mensen wonen, ik luister, Eenzame G, ik heb je toch weer bezocht, we hebben, Breyten, Geen gezicht geen handen, geen haar, en altijd, Vader, ik zie je gezicht weer, jaren, De rug van een hond die al weet, Lichaam van een vrouw dat verlangt, Zoals de pagina's van een krant, Misschien is het ook wel dit, zeg je, Weer naar het Huis, want het moet van.
De bundel wordt besloten met de beschouwing 'Over het maken van een gedicht':
Geen gezicht, geen handen, geen haar, en altijd
een ander. Het is weer de geur van een vreemde
mantel, zo dichtbij als die geur, maar ook zo
onzichtbaar, ook zo voorbij. Ik kijk naar de hei,
naar de mistige, eenzame berkjes en denk hoe
ik het moet zeggen, hoe moet ik het zeggen dat,
ik ben weer gelukkig, weer net zo alleen als
vroeger, ik verlangde, en wist niet naar wie. Ze
had geen gezicht nog, geen haar en geen handen, ze
was altijd een ander, ze rook zo dichtbij maar zo
vreemd, als jij nu. Wie ben je, zeg ik, we hebben
samen een leven al achter de rug en nog moet ik
denken, liefste wie ben je. Ze neemt mijn hoofd
in haar handen en strijkt het haar uit mijn gezicht.
De bundel bevat de volgende gedichten: G, ik schreef een vers over jouw gezicht, Ik heb het je toen voorgelezen G, Als je mij dan eindelijk zou kennen, ik, Soms was het tussen ons zo gezellig G, als, Wie zal de vriend zijn van mijn vriendin, Het leven met jou, wat was dat voor leven. Nu, Soms bij het zien, bij het zien van een rij, Het komt van het koude gras aan de voeten, Die dagen met jou G, ze smaakten heel hevig, Schilderij 1-4, Winter van Breughel, de heuvel met jagers, Er moeten hier toch mensen wonen, ik luister, Eenzame G, ik heb je toch weer bezocht, we hebben, Breyten, Geen gezicht geen handen, geen haar, en altijd, Vader, ik zie je gezicht weer, jaren, De rug van een hond die al weet, Lichaam van een vrouw dat verlangt, Zoals de pagina's van een krant, Misschien is het ook wel dit, zeg je, Weer naar het Huis, want het moet van.
De bundel wordt besloten met de beschouwing 'Over het maken van een gedicht':
Geen gezicht, geen handen, geen haar, en altijd
een ander. Het is weer de geur van een vreemde
mantel, zo dichtbij als die geur, maar ook zo
onzichtbaar, ook zo voorbij. Ik kijk naar de hei,
naar de mistige, eenzame berkjes en denk hoe
ik het moet zeggen, hoe moet ik het zeggen dat,
ik ben weer gelukkig, weer net zo alleen als
vroeger, ik verlangde, en wist niet naar wie. Ze
had geen gezicht nog, geen haar en geen handen, ze
was altijd een ander, ze rook zo dichtbij maar zo
vreemd, als jij nu. Wie ben je, zeg ik, we hebben
samen een leven al achter de rug en nog moet ik
denken, liefste wie ben je. Ze neemt mijn hoofd
in haar handen en strijkt het haar uit mijn gezicht.
Lees verder
1 juli 2025 20:54
1 recensie
Prachtige vroege gedichten
Heerlijke mooie puntige poëzie. Geen woord teveel